Ze waren aan elkaar gewaagd Ons beider blote bleke hachjes Jij lachte zachtjes zachte lachjes En had je plagerij verdaagd Eindelijk je plagerij verdaagd.
Goede nacht, goede nacht, goede nacht
Ook ik was even uitgepraat Je strelend met mijn tong en tanden Wel bleef ik spreken met mijn handen Een dialect dat jij verstaat Tenminste één dat jij verstaat
Goede nacht, goede nacht, goede nacht
Steeds uitgeputter en bezweter Verdwenen wij in sluimernevelen Zelfs zonder 'goede nacht' te prevelen Ach, die kon toch al niet meer beter Kon toch al niet meer beter