Kom vannacht, maar blijf niet te lang De avond is jong, maar de morgen is bang De nachtroos gaat open, maar bloeit maar heel kort Dus zorg dat je vlucht voor de zon wakker wordt
Ons schip vertrekt, het is al laat We varen tot de dageraad De zee is zacht, het water is lauw De nacht is warm en de wolken zijn blauw
Maar verder dan de branding zijn de golven hoog En de windkracht is sterk in het schuim In het schuim vormt zich een witte kerk
En de klokken luiden en het orgel zingt Ons schip wordt door muziek omringd En de zee zingt met ons mee
Dus kom vannacht, maar blijf niet te lang De avond is jong, maar de morgen is bang De nachtroos gaat open, maar bloeit maar heel kort Dus zorg dat je vlucht voor de zon wakker wordt