Er lag een plas waar ik sliep Maar de zon scheen en de plas leek niet diep Dus trapte ik uit alle macht En door mijn wimpers brak het zonlicht heel zacht
In de lucht woont de wind Denk ik bij alle kleuren die ik vind En met mijn rug in het zand Volgt mijn hart de lijnen van het land
Jij ging maar weg, liet mij hier staan Verloor de moed om met me verder te gaan Voorbij de hoek keek ik naar jou Tot slechts je adem achterbleef in de kou
De avond week, de nacht kwam stil Niets bijzonders maar 't is niet wat ik wil Is het gemis, is het de sleur Ben ik het zelf en stel ik steeds weer teleur
Langs de weg glimt het spoor Tot ver achter de bomen loopt het door En met mijn wang aan het raam Voelde ik de wereld dicht tegen me aan
Verpand mijn hart, verpats mijn trouw Gooi het te grabbel, heus dat steekt niet zo nauw Doe wat je wil, maar dreig niet meer Doe het wel stil, dan doet het minder zeer