Hier een auto, daar een wagen Ginds een motor, hier een tram Alle uren, alle dagen Wordt de stedeling plem-plem Op de straten, op de pleinen Gaan de grote en de kleine Autobussen Nog daartussen In de ochtend, in de nachten Op de weg en langs de grachten Is het rennen, rennen, rennen Wat je kan Man! Man!
refr.: Daar gaat een Nash, een Buick, een Paige Daar komt een Benz Record Een Chevrolet, een Horch, een Flint En daar een Ford Ze rijden door elkaar En naast elkaar en om elkaar Ze snellen, remmen, stoppen Vliegen als een dolle schaar Een Steijr, een Hansa Hier een Isotta Ze rennen maar, ze rennen maar Ze rennen maar, ze rennen maar Als duivels door elkaar
's Morgens tussen acht en negen Is 't geren al aan de gang Daarna duurt de snelheidszegen Vele drukke uren lang Tussen fiets en sleperswagen Staat de wandelaar te klagen Oversteken Duurt soms weken Om aan d'overkant te komen Mag je aarzelen noch dromen Moet je rennen, rennen, rennen Wat je kan Man! Man!