refr.: Wat is het weer leuk, weer leuk, weer leuk, op Terschelling te wezen Wat is het weer fijn, weer fijn, weer fijn, op Terschelling te zijn Lalalalala, lalalala, lalalala
Een bromnozem op West-Terschelling Die nam met 'n bloedgang een helling Hij scheerde de grond, kreeg een gat in z'n kop En een buil op z'n tweede versnelling
refr.
Een rijwielhersteller uit Horen Dacht gas in z'n tuin aan te boren Vol spanning hield hij er een lucifer bij Sinds dien zweeft 'ie rond om de toren
refr.
Een dronken matroos in de regen Die kuste heel innig paal negen Hij zei: "Meid, ik vind jou een heel jofel kind" De meeste die sputteren tegen
refr.
Een echtpaar staat op de Brandares De man roept ineens: "Mien, kijk daar 'ns, daar vliegt onze tent" "Ach" roept zij "Malle vent" Je ziet toch dat 't 't bloesje van Saar is