refr.: Ben je uit de poppenkast gevallen Of had je altijd al zo'n houten kop Ben je uit de poppenkast gevallen Of heb je weer te veel likeurtjes op Ben je uit de poppenkast gevallen Of keek je al die jaren al zo scheel Ben je uit de poppenkast gevallen Of dronk je weer, of dronk je weer te veel
Ik was 'ns op een deftig feest, heel dicht bij Wassenaar Daar zag ik een minister maar wat deed die kerel raar Hij zwaaide door de suite met een glaasje in z'n hand Toen viel 'ie door een glazen deur, z'n kop in 't verband
refr.
Ik bleef nog wat, het was zo leuk, en dronk ook stevig door Ik danste met een mooie juf, die zei zacht in m'n oor "Als jij me straks naar huis toebrengt, dan doe ik veel voor jou" En toen ik 's morgens thuiskwam zei m'n eigen lieve vrouw
refr.
"Zeg, ben jij uit de poppenkastt gevallen?"
refr.
Ben je uit de poppenkast gevallen Of dronk je weer, of dronk je weer te veel