Mijn vader is mijn beste vrind; Hij noemt mij steeds zijn lieve kind 'k Ontzie hem, zonder bang te vreezen En ga ik hupp'lend aan zijn zij Ook dan vermaakt en leert hij mij; Er kan geen beter vader weezen
Ik ben ook somtijds wel eens stout Maar als mijn ondeugd mij berouwt Dan wordt zijn vaderhart bewogen; Dan spreekt zijn liefde geen verwijt Ja zelfs, wanneer hij mij kastijdt Dan zie ik tranen in zijn oogen
Zou ik door ongehoorzaamheid Dan maken, dat mijn vader schreit? Zou ik hem zuchten doen en klagen? Neen, als mijn jonkheid iet misdoet Dan val ik aanstonds hem te voet En zal aan God vergeving vragen