refr.: Tingelingeling, een nieuwe ronde Tingelingeling, daar gaat de bel We willen geen gezeur, want dat is zonde Maar, een rondje lusten we nog wel
Er was een man van de geheelonthoudersbond Die nam geen sterke dranken in z'n mond Dat had hij door de telefoon vaak aan z'n vrouw verteld Maar weet je wat hij altijd zong, als hij had afgebeld
refr.
Een dokter kon er na een tijdje niet meer uit Dat goeie medicijn, dat hielp geen fluit Nu heeft 'ie het gevonden en 't gaat hem voor de wind Het enige dat helpt, is een levensgrote pint
refr.
Bij onze fietsenstalling werkt een leuke man Die altijd om een grapje lachen kan En vraagt er iemand of 'ie even bellen mag, misschien "Jazeker", is z'n antwoord dan "D'r staan er honderdtien"
refr.(2x)
Maar, een rondje lusten we nog wel Maar, een rondje lusten we nog wel