Edward stond voor de spiegel met een gehuurde smoking aan nerveus zijn haren te kammen want hij was in jaren niet uitgegaan. Hij had zich gewend tot een huwelijksbureau voor een amoureus rendez-vous. Hij had altijd achter 't net gevist, veertig jaar en 't alleen zijn moe.
Droef is deze wereld als je in eenzaamheid leeft. Je betekent niets als niemand om je geeft.
Een rode anjer in zijn vest en zij een witte chrysant dat was het teken van afspraak om elkaar te herkennen in het restaurant. Edward wachtte een uur en hij at tenslotte alleen. Hij liet het zich toch goed smaken, rekende af en hij ging heen.
Droef is deze wereld als je in eenzaamheid leeft. Je betekent niets als niemand om je geeft.
Op de bodem van een havendok ligt Edward oh zo dood en op de spiegel van het watervlak drijft een anjer oh zo rood. In het restaurant zit een dame, heel alleen en in feestgewaad, een witte chrysant in haar hand. Ze is mooi maar een beetje te laat.