We hebben een hond, we hebben een hond Hij is dol op hondenbrood, hij is zo'n gezellige huisgenoot Hij wordt alleen een beetje groot! We hebben een hond, we hebben een hond
We hebben een hond, we hebben een hond Hij maakt er soms een puinhoop van Dan wonen we in een zwijnenpan Nou ja, okee, dat komt ervan, we hebben een hond
Mensen en honde, hebben elkaar gevonden Hebben een hecht verbond, mens en hond
Van sint-bernardshonden tot aan pekinezen (Woef woef, woef waf) De hond is op de mensen aangewezen (Woef woef, waf waf) Van vuilnisbakkenras tot aan maltezen (Woef woef, woef waf) Dus laten we heel lief voor honden wezen (Woef woef) Aaaaaaaah