Ik keek in honderd mooie ogen en maar twee bleven me bij Ik kuste volle rode lippen, maar geen mond die me wat zei Ik hield mijn arm om warme lijven, maar ze werden steeds weer koud Ik hield van honderd mooie vrouwen en het ging duizend keer weer fout
refr.: Maar zo een als jij, zo een als jij zat er nooit bij Zo een als jij, dat is nieuw voor mij
Ik heb een doos vol ouwe brieven, waarin ik word gemist En nog een stuk of wat van hen die zich in mij hebben vergist Ik gaf me over aan de liefde, die echt geen liefde was En ik ging door tot het einde, maar sinds jou begrijp ik pas
refr.
Om uren na te kijken, met niets te vergelijken Om tegen aan te kruipen en om in te verzuipen