Op het Christelijk Gymnasium had ik een Duitse lerares Die ik heimelijk begeerde, in 't Duits heette het (es??) Hoorde ik haar hoge hakjes, klik-klak naderen op de grond O, dan kreeg ik al een stijve, en die duurde urenlang En die duurde urenlang
Almaar dwaalden mijn gedachten weg uit mijn grammatica Meer geboeid door de verbuiging van haar cross-your-heart bh Toen zij mij weer eens betrapte, met mijn neus niet in mijn boek Moest ik rechtop voor de klas staan met een tentje in mijn broek Met een tentje in mijn broek
Een keer las zij iets van Geuthe, aan de open lessenaar In een zeer strak minirokje, een vergezicht, nou wunderbahr 'k Zag Tiroler Alpenweiden, 'k keek tot aan de Brennerpas Wat zij las ben ik vergeten, niet hoe schoon het uitzicht was Niet hoe schoon het uitzicht was