Als er een feest is, doen we op al oude feestzang weer een beroep Van "ja kom laten we vrolijk wezen" En wie zit daarbij dan op de stoep Nou zeg 't 'ns
refr.
Wanneer een zeeman gaat passagieren Dan drinkt'ie heel veel, maar nooit genoeg En laat'ie 's morgens de trossen vieren Staat'ie te zingen voorop de boeg
refr.
Bij ons in't straatje is een cafeetje Daar komen knapen met heel veel dorst Die drinken 's avonds, niet zo klein beetje En zingen't lijflied uit volle borst